Vreemde mannen op straat

Sam scharrelt bij de sint

Vandaag was de grote wandeling heel bijzonder. Overal in de stad lag hetzelfde eten op straat. Het waren vooral kruimels, maar soms vond je een klein, half bolletje. Zoet en kruidig waren ze, en ook krokant – de hele, niet de kruimels. Feest! Mama en papa bléven maar aan de lijn trekken, maar zonder resultaat, want het voedsel lag overal. Er waren ook fel gekleurde snoepjes, maar die kleine halve bolletjes waren het lekkerst.

Je vraagt je natuurlijk af waar dat eten vandaan komt. Uit eigen waarneming kan ik dat verklaren. Naarmate we dichter bij de markt kwamen, werd het steeds drukker. Vooral de vele kinderen vielen op. Tussen de benen door zag ik een onvergetelijk tafereel: allemaal zwarte mannen in felgekleurde pakken die eten naar de mensen gooiden.

Zwarte mannen die eten weggooien. En blij dat ze waren! Het beeld zal me lang bijblijven. Gekker moet het niet worden.

Er was één witte man bij. Hij zat op een paard, hij droeg een rode jurk en een puntmuts en hij had lang wit haar en een witte baard. Zulk haar had ik nog nooit gezien, nog witter dan het haar van Opoe Velletje. Een wonderlijke verschijning, zo op straat; meer iets voor de teevee, waar je vaker bijzondere dingen ziet die je niet tegenkomt in het echt.

En nou komt het mooie: ’s avonds zag ik de man met de witte baard inderdaad op de teevee! Dit keer waren het mannen met grijze vegen in hun gezicht die eten weg gooiden. Geen zwarte man te bekennen. Die lagen zeker te slapen. Dat kan ik begrijpen, want die oude witte man zat maar wat op zijn paard te niksen en die zwarte mannen deden al het werk. Het is oneerlijk verdeeld in de wereld.

Aanbevolen artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.